Een fusie om de Brusselse ziekenhuizen te redden
Yannis-Léon Bakhouche, huisarts, gezondheidsexpert en MR-gemeenteraadslid in Sint-Gillis, is door de stad Brussel belast met het leiden van een gevoelige en politiek veelomvattende hervorming. Hij licht de uitdagingen, de planning en de breuklijnen van de toekomstige fusie van de Brusselse openbare ziekenhuizen toe. Een project van driehonderd miljoen euro, met een enorme inzet, want de situatie is ernstig.
AK Hospitals: Waarom werd u gevraagd om de fusie van de Brusselse openbare ziekenhuizen te begeleiden, en om welke ziekenhuizen gaat het?
Dr. Yannis-Léon Bakhouche: Ik werd gevraagd vanwege mijn meer dan vier jaar ervaring als onderhandelaar voor Fédération Wallonie-Bruxelles en op federaal niveau over gezondheidsprogramma's. Naast arts ben ik ook gespecialiseerd in gezondheidstechnologie en management.
Het is David Weytsman, voorzitter van het OCMW van de stad Brussel, die me advies heeft gevraagd over de bevoegdheden op het gebied van gezondheidszorg en het bestuur van de ziekenhuizen die onder het OCMW vallen... Wat de instellingen betreft, gaat het om het HUDERF, het Bordet Instituut, Erasmus, Iris Sud, Sint-Pieter en Brugmann.
'Het aanzienlijke financiële tekort is te wijten aan de ontoereikende federale (BFM) en regionale (Diensten van Algemeen Economisch Belang) steun.'
Wanneer bent u met deze opdracht begonnen?
Ik ben in februari 2025 begonnen. Ik werk dus nu ongeveer een jaar voor het OCMW.
Bestaat het project uit het opzetten van een ziekenhuisnetwerk of is het nog ambitieuzer?
Het idee is om een antwoord te bieden op de enorme exploitatiekosten en het aanzienlijke financiële tekort, dat met name te wijten is aan de ontoereikende federale (BFM) en regionale (Diensten van algemeen economisch belang, DAEB) steun. De ziekenhuizen zullen tegen 2029 ongeveer driehonderd miljoen euro moeten vinden, alleen al om de wettelijke pensioenen te dekken.
De oplossing ligt in een rationalisering van de ondersteunende functies door vier pijlers te bundelen: aankopen, logistiek, infrastructuur en informatica (IT). We werken eerst aan een samenwerkingsverband tussen Erasmus, Sint-Pieter en Iris Sud, met als doel om in een tweede fase Brugmann te integreren en alles te fuseren.
Wat is het tijdsbestek om deze fusie te realiseren?
We hebben onszelf een jaar de tijd gegeven om juridische vooruitgang te boeken, door ‘hoofdstuk 12’ te verlengen. Hoofdstuk 12 is een juridische entiteit die de institutionele bevoegdheid van het OCMW garandeert en tegelijkertijd bepaalde bestuursopdrachten delegeert om te voorkomen dat het OCMW te direct ingrijpt in het dagelijks beheer. We hebben deze regeling verlengd om ziekenhuizen aan te moedigen te fuseren, met behoud van een zekere autonomie. Het uiteindelijke doel is om tegen 1 januari 2027 tot een oplossing voor samenwerking te komen.
Opvang van vluchtelingen
Is de Brusselse regering (die op het moment van dit interview in lopende zaken is, red.) bij dit proces betrokken?
Ja, want zij is bevoegd voor de DAEB, dat wil zeggen de financiering van openbare taken zoals de opvang van vluchtelingen of behoeftigen. De regionale steun bleef de afgelopen vijf à zes jaar steken op tien miljoen euro per jaar. Wij pleiten ervoor om dit bedrag te verhogen tot dertig of vijfendertig miljoen, maar dat hangt af van de situatie van de regionale financiën.
Heeft u de medische directies van de verschillende entiteiten ontmoet?
De raden van bestuur zijn belast met het ontmoeten van de medische directies. Zelf sta ik in direct contact met de algemeen directeuren van de ziekenhuizen, maar niet rechtstreeks met de medische raden.
Zijn de beheerders van de verschillende ziekenhuizen overtuigd van het nut van dit initiatief?
Ja, absoluut. Ze zien de potentiële besparingen, met name op het gebied van IT, logistiek en door de oprichting van een gezamenlijke inkoopcentrale. Het meest delicate punt blijft het bundelen van de ziekenhuisactiviteiten zelf: beslissen welke afdelingen moeten worden gesloten of samengevoegd is een complexe kwestie, die nog verder moet worden uitgediept.
'De loonkosten maken uiteraard deel uit van de financiële vergelijking. Maar ik kan geen uitspraken doen over ontslagen.'
Zijn er ontslagen te verwachten?
Ik kan daarover geen uitspraken doen in de media. Dat zou slecht overkomen, ook al maken de loonkosten uiteraard deel uit van de financiële vergelijking.
Blijft u een MR-label dragen?
Ja, altijd, ook al breng ik dat de laatste tijd niet zo naar voren. Als ‘sherpa’ van de fusie ontmoet ik elke maand de medewerker van Philippe Close (PS) en alle algemeen beheerders om vooruitgang te boeken in de aanloop naar de deadline van 2027.
Werkt u ondanks dit label op een apolitieke manier?
Ik heb een cartesiaanse benadering, gebaseerd op feiten. Gelukkig bestaat er tussen de PS en de MR in de stad Brussel een gemeenschappelijke wil om de situatie te verbeteren. Als we niet samenwerken, gaan we rechtstreeks de afgrond tegemoet, met het risico op massale ontslagen en stopzettingen van diensten.
Echt optimisme
Is de waarschijnlijke vorming van een regering met MR-PS-Les Engagés voor het Franstalige deel van het Brussels Gewest een positief teken voor uw project?
Ik hoop het. Ik heb trouwens een nota opgesteld om meer regionale financiële steun te vragen. We vragen tussen twintig en vijfendertig miljoen euro per jaar, hoewel er eigenlijk vijftig tot zestig miljoen nodig zou zijn om het evenwicht te bereiken.
Wie is de echte baas van de Brusselse openbare ziekenhuizen?
Voor de openbare ziekenhuizen van de stad Brussel zijn het OCMW en de stad de aandeelhouders en dus de echte besluitvormers. Het Brussels Gewest heeft geen directe controle over het beheer.
Bent u optimistisch over de slaagkansen van het project tegen januari 2027?
Ja, ik ben optimistisch. Er bestaat een goede verstandhouding tussen de ziekenhuizen op directieniveau. Alles hangt ook af van de financiële steun van de federale en regionale overheid, maar we gaan duidelijk in de goede richting.
Nog een laatste woord?
Ik wil de oprechte wil van David Weytsman benadrukken om het Brusselse gezondheidszorgsysteem te verbeteren, zodat het efficiënter en toegankelijker wordt voor patiënten, met behoud van een sociale aanpak.