Wijziging erkenningsnormen oncologisch zorgprogramma borstkanker
Een besluit van de Vlaamse regering wijzigt de erkenningsnormen voor oncologische zorgprogramma's voor borstkanker. Centra moeten het aantal nieuwe diagnoses aantonen en een minimale aanwezigheid en activiteit van arts-specialisten waarborgen.
Herman Nys, em. prof. medisch recht KU Leuven
Het Staatsblad van 2 april maakt een besluit van de Vlaamse Regering van 27 maart 2026 bekend. Dat wijzigt het KB van 26 april 2007 houdende vaststelling van de normen waaraan het coördinerend gespecialiseerd oncologisch zorgprogramma voor borstkanker en het geaffilieerd oncologisch zorgprogramma voor borstkanker moeten voldoen om te worden erkend.
Sinds de staatshervorming van 2014 vallen deze normen onder de bevoegdheid van de Gemeenschappen en niet langer die van de federale overheid.
Bewijs van aantal nieuwe diagnoses
Artikel 1 van het BVR brengt wijzigingen aan in artikel 3 § 1 van het KB van 26 april 2007. Dat artikel wordt aangevuld met een bepaling die stelt dat bij de eerste aanvraag voor erkenning en bij een aanvraag tot verlenging van de erkenning de aanvrager het aantal nieuwe diagnoses van borstkanker moet aantonen met het rapport dat de instantie die belast is met de verplichte kankerregistratie heeft bezorgd (conform artikel 11, § 1, van het KB van 21 maart 2003 dat de normen bepaalt waaraan het zorgprogramma voor oncologische basiszorg en het zorgprogramma voor oncologie moeten voldoen om te worden erkend).
Dat artikel preciseert wel niet welke ‘instantie’ daarmee is belast… Het bepaalt wel dat ieder zorgprogramma voor oncologische basiszorg moet deelnemen aan een kankerregistratie.
Artikel 2 van het BVR brengt analoge wijzigingen aan in artikel 24/2 van het KB van 26 april 2007.
Minimale aanwezigheid en minimale activiteit van arts-specialisten
Artikel 3 van het BVR wijzigt het eerste lid van artikel 24/4 van het KB van 26 april 2007. Artikel 24/4, 1° bepaalt dat een geaffilieerde borstkliniek minstens moet beschikken over twee arts-specialisten in de heelkunde of in de gynaecologie-verloskunde met een specifieke ervaring in borstkanker.
Daaraan wordt toegevoegd: ‘Die arts-specialisten besteden ten minste acht halve dagen per week in het ziekenhuis’.
Artikel 24/4, 2° bepaalt dat een geaffilieerde borstkliniek moet beschikken over tenminste twee arts-specialisten in de medische beeldvorming met een ervaring in de mammografie en echografie van de borst evenals in de techniek van het verzamelen van borststalen.
Daar wordt de volgende bepaling aan toegevoegd: ‘Die artsen-specialisten lezen of herlezen jaarlijks ten minste 1000 mammografieën die diagnostisch zijn of met het oogmerk tot screening zijn genomen’.
Artikel 24/4, 4° bepaalt dat een geaffilieerde borstkliniek ten minste moet beschikken over een arts-specialist in de oncologie die ten minste drie jaar ervaring heeft in de behandeling van borstkanker.
Tussen het woord ‘oncologie’ en het woord ‘die’ worden de woorden ‘die ten minste acht halve dagen besteedt aan het ziekenhuis dat de coördinerende borstkliniek uitbaat en’ ingevoegd.
Het BVR treedt in werking op 12 april 2026.