Antwerps OCMW "goed voorbereid" op komst van mensen die werkloosheidsuitkering verliezen
Het Antwerpse OCMW was en is goed voorbereid op de toestroom van mensen die hun werkloosheidsuitkering verliezen door de beperking daarvan in de tijd door de federale regering. Dat kreeg minister van Maatschappelijke Integratie Anneleen Van Bossuyt (N-VA) maandag te horen tijdens een werkbezoek aan de centrale dispatching voor langdurig werklozen die sinds begin december operationeel is in Deurne. Na een eerste piek in december, wordt in februari een nieuwe verwacht.
Door de federale hervorming verwacht de stad Antwerpen 7.600 extra hulpvragen bij het OCMW, volgens een rekenmodel van de VVSG (Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten). Om die toestroom op te vangen, nam de stad proactief maatregelen. Zo werden 34 extra maatschappelijk werkers aangeworven en werd de site Coevelt in Deurne ingericht als centraal aanspreekpunt voor Antwerpenaren die hun werkloosheidsuitkering gaan verliezen.
"Het eerste contact is steeds telefonisch of via mail, en daarna mogen ze op afspraak langskomen en tonen we wat we allemaal gaan onderzoeken bij het sociaal en financieel onderzoek", zegt Antwerps schepen van Sociale Zaken Nathalie van Baren (N-VA). "Als er voldoende werkbereidheid en behoeftigheid is aangetoond, kan er een contract worden opgestart met voorwaarden om een leefloon te kunnen ontvangen."
590 langdurig werkloze Antwerpenaars verliezen deze maand al hun uitkering. "Daarvan hebben we intussen al een derde gezien en voor hen zijn er onderzoeken opgestart", zegt van Baren. "In maart gaat het nog eens om 2.000 mensen die hun uitkering verliezen, in april meer dan 3.000. De grote piek wordt dus nog in het voorjaar verwacht, maar we zijn voorbereid."
"De werking van het OCMW Antwerpen toont waar deze hervorming om draait", reageert minister Van Bossuyt. "We laten niemand los, maar zijn ook duidelijk. Een leefloon is geen eindpunt, maar een tijdelijke ondersteuning en een springplank naar werk en zelfredzaamheid."