Palestina, Oekraïne en Congo
Dodelijk jaar voor zorgverstrekkers
GEWELD Vorig jaar werden minstens 440 zorgverstrekkers gedood tijdens gewelddadige acties. Vooral in Oekraïne, Congo, Gaza en de Westelijke Jordaanoever was de tol erg hoog. Maar ook in andere landen werden zorgverstrekkers tijdens of omwille van hun activiteiten niet gespaard.
Filip Ceulemans
Een rood kruis (of zijn equivalent in bepaalde regio’s van de wereld). Ooit was het de droom van Henri Dunant dat dit symbool een garantie op bescherming zou betekenen voor de zorgverstrekker die het draagt. Anno 2025 lijkt deze droom nog steeds ver weg. Vorig jaar werden wereldwijd minstens 440 zorgverstrekkers vermoord. Een positieve evolutie zou u kunnen denken, wanneer we de cijfers van 2024 (982 vermoorde zorgverstrekkers) en 2023 (803 slachtoffers) als ijkpunt nemen. In 2022 waren er echter ‘slechts’ 289 dodelijke slachtoffers – en dat was toen een recordjaar.
Het aantal zorgverstrekkers dat vorig jaar werd gekidnapt, was met 157 gevallen relatief laag. In 2022 werden bijvoorbeeld 267 zorgverstrekkers gekidnapt. Bovenop de vermoorde en gekidnapte zorgverstrekkers werden er vorig jaar ook 255 gearresteerd. Dat is het laagste cijfer sinds 2020. 2021 was met 744 gearresteerde zorgverstrekkers op dit vlak het meest noodlottige jaar.
Massale vernietiging
Samen met religieuze gebouwen werden ziekenhuizen lang beschouwd als gebouwen waaraan niet werd geraakt in een gewapend conflict. Daar lijkt sinds de oorlogen in Oekraïne en Gaza definitief én massaal een einde aan gekomen. Vorig jaar werden minstens 671 gezondheidsfaciliteiten verwoest. In 2024 waren er dat 1.128, in 2020 amper 83. Dat er vorig jaar iets minder schade werd toegebracht, is mede te wijten aan de massale vernietiging van zorginfrastructuur in met name Gaza en Oekraïne het jaar voordien.
Het zal geen verwondering wekken dat één van de gebieden waar de tol het zwaarst is de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever zijn. Met minstens 121 gedode zorgverstrekkers was Palestina vorig jaar goed voor meer dan een kwart van de dodelijke slachtoffers. Eén zorgverstrekker werd gekidnapt, zestien gearresteerd. Er werden ook 83 zorginstellingen vernietigd.
Ziekenwagen
Dat het Israëlische leger het niet altijd even nauw neemt met de regel dat ambulances niet worden aangevallen, bleek onder meer op 4 juli toen een ziekenwagen van het Rode Kruis in het noorden van Gaza werd gebombardeerd door een Israëlische drone terwijl hij gewonden vervoerde die slachtoffer waren van een eerdere aanval. Bij deze aanval werden geen zorgverstrekkers gedood, maar raakten er wel twee gewond. Het is slechts een van de vele voorbeelden waarbij ziekenwagens onder vuur werden genomen.
Een tweede dodelijke plaats voor zorgverstrekkers is Oekraïne. In het door Rusland aangevallen land worden vooral zorgfaciliteiten geviseerd. In 2025 werden er maar liefst 319 volledig of gedeeltelijk verwoest. Meestal als gevolg van een Russische aanval, maar in de door Rusland bezette gebieden in het zuidoosten van Oekraïne ook door Oekraïense drone-aanvallen. Oekraïne slaagde er ook in om een aantal medische faciliteiten in Rusland te verwoesten.
Dat de Russische agressie niet beperkt blijft tot de Donbas, bleek op 4 juni toen een militaire arts door een drone werd gedood toen hij een gewonde soldaat wilde evacueren in de buurt van Lviv, één van de meest westelijke steden van Oekraïne, gelegen op de spreekwoordelijke boogscheut van de grens met Polen. Deze militaire arts is één van de 77 gedode zorgverstrekkers.
Rebellen
Een opmerkelijk verhaal komt uit de grensstreek van Rusland met Georgië. Daar werd in augustus een student geneeskunde ontvoerd door de Tsjetsjeense politie, die hem vervolgens dwong om zich bij de Tsjetsjeense bataljons te voegen die aan de strijd in Oekraïne deelnemen.
Vorig jaar werden in Congo 54 zorginstellingen verwoest, 36 zorgverleners vermoord, 32 ontvoerd en 18 gearresteerd. De meeste incidenten doen zich voor in de grensregio met Oeganda en Rwanda, waar al jarenlang een bloederige oorlog woedt tussen het Congolese leger en de door Rwanda gesteunde M23-rebellen.
Zowel zorgverstrekkers als patiënten zijn vooral in de ogen van de M23-rebellen potentiële vijanden. In februari bestormden rebellen een ziekenhuis van een ngo op de grens met Rwanda. Nadat het ziekenhuis gedurende vijf uur onder schot was genomen, werd het ingenomen. Zorgverstrekkers en patiënten werden mishandeld en vijftien gewonde patiënten werden meegenomen onder het voorwendsel dat ze strijders waren die tijdens gevechten gewond waren geraakt.
We pikten er met Palestina, Oekraïne en Congo drie landen uit waar geweld tegen zorgverstrekkers en zorginstellingen dagelijkse kost is, maar ook op andere plekken in de wereld zijn ze soms vogelvrij verklaard. Myanmar legt bijvoorbeeld cijfers voor die vergelijkbaar zijn met Congo: 96 verwoeste zorginstellingen, 33 gedode zorgverstrekkers, zes gekidnapt en 33 gearresteerd. Of neem Sudan met 27 verwoeste zorginstellingen, 51 gedode zorgverstrekkers, 11 gekidnapt en 15 gearresteerd.
Conventies van Genève leggen regels vast
De Conventies van Genève waren een reactie op de gruwel van de Tweede Wereldoorlog. Ze legden uitdrukkelijk de bescherming van ziekenhuizen en de neutraliteit van medisch personeel vast. Het schenden van deze principes werd voortaan gezien als een oorlogsmisdrijf.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de bescherming van ziekenhuizen niet zo nauw genomen. En dat door beide kanten. Denken we maar aan het bombardement van Rotterdam in mei 1940 waarbij het Coolsingelziekenhuis zwaar werd beschadigd of de luchtbombardementen op steden als Londen en Coventry waarbij ook ziekenhuizen niet werden gespaard.
Maar ook de geallieerden bezondigden zich hieraan. Hoewel militaire en industriële infrastructuur het primaire doelwit waren bij de bombardementen op steden als Dresden en Hamburg, werden ook burgerziekenhuizen getroffen. Met name de tapijtbombardementen maakten geen onderscheid tussen civiele en militaire doelwitten.
Als reactie werden in 1949 de al bestaande Geneefse conventies aangepast. “Burgerlijke ziekenhuizen mogen in geen geval het voorwerp uitmaken van aanvallen, maar dienen te allen tijden geëerbiedigd en beschermd te worden door de partijen bij een conflict", luidt het aangepaste artikel 18 van de Eerste Geneefse Conventie, die oorspronkelijk dateert uit 1864. Artikel 19 voegt er nog een verduidelijking aan toe: “De vaste instellingen en mobiele medische eenheden mogen nimmer worden aangevallen, maar moeten te allen tijde worden ontzien en beschermd door de strijdende partijen."
In aanvullende protocollen op deze conventies uit 1977 wordt het belang van deze regels nogmaals benadrukt: “Medische eenheden mogen te allen tijde niet worden aangevallen en moeten worden ontzien en beschermd.” (Artikel 12 van het Aanvullend Protocol)