Ongeveer 490.000 Vlamingen leven in huishouden met inkomen onder armoededrempel
In 2024 leefden in Vlaanderen zo'n 490.000 personen (7,2 procent) in een huishouden met een inkomen onder de armoededrempel. Dat is een daling tegenover 2019, toen dat cijfer op 9,7 procent lag. Zo blijkt uit jaarcijfers van Statistiek Vlaanderen.

Het is ook lager dan het Belgische gemiddelde (11 procent) en dan de armoedecijfers in Wallonië (13 procent) en Brussel (23 procent). De cijfers zijn gebaseerd op de EU-SILC-enquête die vorig jaar werd gehouden op basis van de inkomens van 2024. Deze enquête werd in 2019 grondig gewijzigd, en dus is vergelijken met de jaren voordien moeilijk, zegt Statistiek Vlaanderen. Maar sinds 2019 was er dus wel een daling.
Uit de statistieken blijkt dat het hoogste armoederisico zich voordoet bij personen geboren buiten de EU (27 procent), werklozen (26 procent) en eenoudergezinnen (18 procent). Ook bij koppels met drie kinderen (16 procent) is er een relatief hoog risico om in armoede te belanden.
Qua geslacht zijn er geen opmerkelijke verschillen, qua leeftijd wel: het aandeel onder de armoededrempel ligt het hoogst bij de jongste leeftijdsgroep (0 tot 24 jaar). Bij ouderen (65-plus) was er dan weer een significante daling van het armoederisico tussen 2019 en 2025, van 12,8 naar 7,6 procent.
Ook huurders (17 procent) hebben een duidelijk hoger armoederisico dan eigenaars (5 procent).
Naarmate het opleidingsniveau stijgt, neemt het risico om in de armoede te belanden af: 4 procent bij hooggeschoolden en 13 procent bij laaggeschoolden.
Het armoederisico lag ook het hoogst in de provincie Antwerpen (10 procent), gevolgd door Limburg (7) en Oost-Vlaanderen, West-Vlaanderen en Vlaams-Brabant op hetzelfde niveau (6 procent).