Resolutie in Vlaams Parlement
Koen Dillen wil beter beeld van aantal huisartsen in Vlaanderen
Vlaams Parlementslid Koen Dillen (N-VA) wil betrouwbaardere cijfers over het aantal actieve huisartsen in Vlaanderen. Hij dient een resolutie in om daarvoor gegevens uit Permamed te gebruiken, het programma dat huisartsenkringen gebruiken om wachtdiensten te organiseren.
Te veel Vlamingen vinden vandaag moeilijk een vaste huisarts, en in sommige regio’s is er een patiëntenstop, wat de druk op spoeddiensten en andere zorgverleners verhoogt, zegt Dillen. Toch ontbreken er betrouwbare cijfers over waar en hoeveel huisartsen er daadwerkelijk actief zijn. “Als je het probleem van het huisartsentekort ernstig wil aanpakken, moet je vertrekken van correcte cijfers. Vandaag varen we op dat vlak te vaak blind”, stelt Dillen.
Bestaande informatie
Er wordt vaak gewerkt met cijfers op basis van RIZIV-nummers, maar deze zeggen weinig over wie nog een actieve huisartsenpraktijk heeft, waar die zich bevindt en of er nog nieuwe patiënten worden aangenomen. Artsen die een andere job uitoefenen (bijvoorbeeld in CLB’s of Opgroeien) of hun praktijk stopzetten, blijven meegeteld als ze hun RIZIV-nummer behouden. Op basis van RIZIV-nummers waren er in augustus 2024 6.119 huisartsen effectief werkzaam in Vlaanderen.
Om het aantal effectief actieve huisartsen in Vlaanderen in kaart te brengen, loopt een project met jaarlijkse monitoring die ook detailinformatie zoals het type praktijk, andere disciplines in de praktijk, patiëntenstop omvat. Maar de responsgraad van de huisartsen in dit project blijkt erg laag (44,5%).
Dillen wijst erop dat huisartsenkringen via het programma Permamed over actuele gegevens beschikken voor de organisatie van wachtdiensten. Die informatie toont welke artsen effectief actief zijn, waar ze werken en hoe de praktijken georganiseerd zijn.
Tot op heden is het niet mogelijk om gegevens uit Permamed te extraheren. De data zijn eigendom van de huisartsenkring(en) die gebruik maakt/maken van de software. Er was tot op heden geen rechtsgrond om deze data op te vragen en te gebruiken.
Daarom dient Dillen een voorstel van resolutie in om deze bestaande gegevens op een wettelijk onderbouwde en administratief eenvoudige manier te benutten, met respect voor privacy en zonder extra papierwerk voor huisartsen.
Zijn resolutie heeft twee zaken als doel:
- Kwantitatieve dataverzameling voor de capaciteitsopvolging van huisartsen binnen huisartsenkringen en eerstelijnszones. Deze data moeten ook beleidsmatig gebruikt kunnen worden door de overheid om gerichte maatregelen te nemen in huisartsarmere zones.
- Deze data kunnen gekoppeld worden aan kwalitatieve informatiekanalen, waaruit redenen gehaald kunnen worden waarom huisartsen bijvoorbeeld stoppen of met wie ze samenwerken.
Volgens Dillen is het belangrijk om te begrijpen waarom sommige regio’s onder druk staan. “Gaat het om werkdruk, gebrek aan ondersteuning, een tekort aan praktijkmedewerkers of infrastructuur? Door cijfers te koppelen aan bestaande kwaliteitsinformatie kan het beleid gerichter ingrijpen en beter ondersteunen waar dat het meest nodig is”, zegt Dillen.