Evaluatie van ouderenmishandeling: een methodologische puzzel
IAGG-CONGRES Mishandeling van ouderen is een reëel probleem. Daar twijfelt niemand nog aan. Er zijn cijfers over de prevalentie, maar als gevolg van moeilijk te omzeilen methodologische biases en problemen is de volle draagwijdte ervan nog niet bekend.
Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) is een op de zes (15,7%) 60-plussers het afgelopen jaar slachtoffer geweest van mishandeling. Dat cijfer vind je zowat overal terug en staat ook in het rapport dat het KCE daarover heeft gepubliceerd in 2020.(1) De meta-analyse waaruit dat cijfer is gehaald, is echter al bijna tien jaar oud.(2) En die studies zijn uitgevoerd voor de #MeToo-beweging en de covidpandemie. De MeToo-beweging heeft het spreken over seksisme en seksueel geweld gemakkelijker gemaakt, en door de lockdownmaatregelen is familiaal geweld tijdens de coronaperiode toegenomen en is de belasting van ziekenhuizen, woonzorgcentra en verzorgend personeel sterk toegenomen. 
In België zijn enkele studies uitgevoerd over geweld ten aanzien van ouderen, met name seksisme en seksueel geweld.(3) Preventie en politiek bij ouderen zijn bevoegdheden van de gewesten en hun onderzoeksveld is vaak (zeer) plaatselijk. Een nationaal onderzoek naar mishandeling van ouderen werd nog niet uitgevoerd. Dat is niet alleen bij ons zo, verre van.
“Er zijn maar weinig studies uitgevoerd die de omvang van het fenomeen op nationaal niveau hebben onderzocht”, aldus Marcela Petrova Kafkova, onderzoekster aan het Research Institute for Labour and Social Affairs (RISLA) in Tsjechië. “En niet alleen bij gebrek aan belangstelling en middelen. Zo’n onderzoek stoot immers op meerdere methodologische problemen.(4)
Definitie en terminologie
Niet iedereen meet hetzelfde. Er is min of meer eensgezindheid over de definitie van de WHO (zie kader), maar er bestaan verschillende vormen van mishandeling. De definitie van fysiek en seksueel geweld en financiële uitbuiting is niet te gecompliceerd, maar begrippen zoals verwaarlozing en psychisch, verbaal of institutioneel geweld zijn al wat waziger en kunnen op verschillende wijzen worden geïnterpreteerd. Die vormen van geweld vallen binnen het spectrum van mishandeling.
“Dat is een eerste probleem als je enquêtes ad hoc uitvoert”, aldus Kai Leichsenring, vorser aan het European Centre for Social Welfare Policy and Research in Wenen, Oostenrijk. “Te ruime definities dreigen het fenomeen te overschatten, maar te restrictieve definities zouden het weleens kunnen onderschatten.”
'Te ruime definities dreigen het fenomeen te overschatten, maar te restrictieve definities zouden het weleens kunnen onderschatten.'
Vormen van geweld evolueren mee met de maatschappij en de technologie. Oplichting en fraude via het internet, maar ook cultureel geweld en discriminatie, die in de hand worden gewerkt door de opgang van radicaal-rechts in tal van westerse landen, hebben significante invloed op ouderen. Gezien hun mogelijke impact op de vatbaarheid en de levensomstandigheden van ouderen vallen die nieuwe vormen van geweld duidelijk binnen de algemene definitie van mishandeling.
Weinig representatieve studies
En welk publiek is onderzocht? Voor eender welke wetenschappelijke studie heb je een voldoende aantal proefpersonen en gestratificeerde steekproeven nodig om een fenomeen correct te becijferen en te evalueren. De meeste studies over mishandeling zijn uitgevoerd op een weinig representatief staal. Bijvoorbeeld, er wordt zelden onderscheid gemaakt tussen mensen die in een stad wonen, en mensen die op het platteland leven, hoewel dat significante invloed kan hebben op de prevalentie.
Servische vorsers hebben recentelijk een studie gepubliceerd over de kwetsbaarheid van oudere vrouwen. “49,7% van het geweld dat we hebben opgemerkt, is gedetecteerd op het platteland en 34,7% in steden”, legt Nataša Todorovic, onderzoekster van de Servische vereniging voor gerontologie, uit. “Dat zijn niet de enige factoren die de prevalentie beïnvloeden. In onze studie correleerde geweld ook met een slechte gezondheid en/of economische problemen. De kwetsbaarheid is dus fundamenteel systemisch.”
Er zijn ook groepen die moeilijk te bereiken zijn en die je dus moeilijk kan rekruteren, zoals hoogbejaarde mensen, demente patiënten en migranten, die nog extra risicofactoren vertonen: nood aan specifieke zorg, gezondheidstoestand, discriminatie enz. “Mishandeling op hoge leeftijd is geen geïsoleerd fenomeen”, aldus Kai Leichsenring. “Mishandeling wordt in de hand gewerkt door een structureel agisme (leeftijdsdiscriminatie) en hangt samen met eerdere levenservaringen en de daarmee samenhangende risicofactoren.” Wat dat betreft, zijn twee parameters bijzonder belangrijk, namelijk het geslacht en de plaats waar je leeft. Die zijn zo belangrijk dat ze specifieke studies met een aangepaste studieopzet vergen.
'Mishandelde oudere vrouwen vallen vaak onder de radar. Ze worden dan ook niet bijgestaan.'
Onzichtbare vrouwen
Mishandelde oude vrouwen bevinden zich op de interface tussen genderongelijkheid, agisme en afhankelijkheid, maar vormen de ‘dode hoek’ bij het onderzoek naar mishandeling en de verschillende componenten ervan. Volgens Nataša Todorovic vallen zij buiten de twee onderzoekskaders, waaraan ze a priori echter zouden kunnen deelnemen.
"Door hun leeftijd worden ze uitgesloten in de meeste studies over gendergeweld. Bovendien kijken die studies vooral vaak naar fysiek geweld door de partner en seksistisch en seksueel geweld(1), en niet naar verwaarlozing, financiële uitbuiting en uitbuiting gezien de zorgafhankelijkheid. Anderzijds gebruiken studies naar mishandeling van ouderen vaak een genderneutraal kader en kijken ze veeleer naar afhankelijkheid, de behoefte aan zorg en/of de stress van mantelzorgers of verzorgers. Die studies houden geen rekening met dwangmatige controle en geweld door een partner, die vaak al (zeer) lang bestaan, en ook niet met de ongelijke machtsverhoudingen tussen de geslachten.” Resultaat: mishandelde oudere vrouwen vallen vaak onder de radar. Ze worden dan ook niet bijgestaan.
Echte uitdaging
Een ander belangrijk punt is de plaats waar je leeft. Zonder een beschuldigende vinger te willen uitsteken naar het verzorgend personeel, dat vaak onderbemand is en niet altijd voldoende goed opgeleid is om complexe situaties op te vangen, maar mishandeling is misschien nog een groter probleem voor mensen die in een woonzorgcentrum verblijven. Dat blijkt uit een meta-analyse van de WHO uitgevoerd in zorginstellingen: twee derde van het verzorgend personeel heeft toegegeven dat ze de laatste twaalf maanden voor de enquête een bewoner hebben verwaarloosd of geweld hebben gebruikt.(5)
'Het is verre van gemakkelijk toegang te krijgen tot zorginstellingen en de mensen die er verblijven.'
“Geweld kan in verschillende richtingen gaan”, voegt Marcela Petrova Kafkova eraan toe. “Van de familie naar de oudere, van de oudere naar de familie, van een bewoner naar een bewoonster,...” Dat maakt het moeilijk informatie te verzamelen, want wie moet je aanspreken om de omvang van het fenomeen te meten, wetende dat alle betrokkenen zowel daders als slachtoffers van geweld of er getuigen van kunnen zijn? “Daarnaast bestaat het probleem van de vele rapporten als meerdere personen een gegeven feit melden aan de onderzoeker”, vervolgt de onderzoekster.
“Het risico op over- of onderevaluatie hangt uiteraard ook af van de cognitieve toestand van ouderen. Door dementie en fragiliteit is die leeftijdscategorie bijzonder moeilijk te peilen en te evalueren…” Terwijl zij misschien net het meest worden blootgesteld aan de verschillende vormen van mishandeling. Het is verre van gemakkelijk toegang te krijgen tot zorginstellingen en de mensen die er verblijven. “Iedereen die daar onderzoek naar verricht, zal hetzelfde zeggen: het zijn net de meest problematische woonzorgcentra, waar geweld dus bijzonder frequent is, die dergelijke enquêtes weigeren.”
Gegevens verzamelen
De middelen die worden uitgetrokken voor onderzoek naar mishandeling, zijn beperkt. Daarom moet je afwegingen maken tussen de kosten, de dekking en de kwaliteit van de gegevens. Kai Leichsenring heeft verslag uitgebracht van zijn observaties en aanbevelingen en de verschillende tools, die kunnen worden gemobiliseerd. "Een goede enquête zou specifiek moeten kijken naar geweld ten aanzien van ouderen in plaats van voort te gaan op een beperkt aantal vragen in een bredere vragenlijst”, vindt de Oostenrijkse vorser. “Er is nood aan opgeleide enquêteurs. Misschien moet je de voorkeur geven aan vrouwelijke enquêteurs, die vaak meer vertrouwen inboezemen, vooral als je een enquête uitvoert bij vrouwen.”
Je kan gegevens op verschillende manieren verzamelen:
- CAPI-enquêtes (‘face to face’-interviews) vergen veel middelen en hebben invloed op de perceptie van veiligheid en vertrouwelijkheid.
- Telefonische enquêtes (CATI) kunnen bepaalde groepen uitsluiten. “De vragenlijst zou ook niet langer mogen duren dan hooguit twintig minuten.”
- Bij online-enquêtes kan de participatie aanvankelijk vrij zwak zijn.
- Post- of papieren enquêtes werken goed als je herinneringen verstuurt en een begrijpelijke taal gebruikt.
“Onderzoek naar het fenomeen van mishandeling bij ouderen is op zichzelf al een hele wetenschappelijke uitdaging”, concludeert Kai Leichsenring. “Maar dat mag niet ontmoedigen. We worden ons alsmaar meer bewust van dat fenomeen en van leeftijdsdiscriminatie in het algemeen." Het is trouwens niet voor niets dat het KCE in zijn richtlijnen van 2020 pleit voor “ondersteuning van het onderzoek en het verzamelen van statistieken over dat thema […], essentiële voorwaarden om de werkzaamheid van eventuele initiatieven te beoordelen en om een kwaliteitsvolle politiek uit te werken.”
Definitie van mishandeling
De WHO definieert mishandeling van ouderen “als een eenmalige of herhaalde handeling of het uitblijven van een geschikte maatregel in een relatie die gebaseerd is op vertrouwen, die een oudere schade of leed toebrengt. De mishandeling kan plaatsvinden thuis of binnen het gezin of in een instelling en kan meerdere vormen aannemen, met name fysiek, psychisch, financieel of materieel, seksueel geweld en verwaarlozing.”
Sommigen voegen eraan toe dat, naast een bedreiging van de netheid, de gezondheid, het leven, de vrijheid en de menselijke waardigheid, die handeling of het niet-nemen van een geschikte maatregel kan leiden tot (een verergering van) algemene, situatiegebonden of tijdelijke vatbaarheid. De dader van de feiten kan een individu, een instelling of een sociale omgeving zijn.
Bronnen: WHO en RILSA Ageism 2024 Survey
Referenties:
1. Ricour C. et al., “Hoe kunnen we ouderenmis(be)handeling in België beter aanpakken? Samenvatting van rapport 331B”, KCE, 2020.
2. Yon Y. et al., “Elder abuse prevalence in community settings: a systematic review and meta-analysis” in The Lancet Global Health, 5, e147-e156, februari 2017.
3. Wat seksueel geweld bij bejaarden betreft, zie A. Nobels et al., “Sexual violence in older adults: a Belgian prevalence study” in BMC Geriatr. 26 okt 2021; 21:601. In die studie uitgevoerd bij 513 bejaarden heeft 44% ooit een of andere vorm van seksueel geweld ondergaan (55% van de vrouwen en 29% van de mannen). De prevalentie tijdens de laatste twaalf maanden bedroeg 8,4%.
4. Zie “Understanding elder abuse and neglect: evidence, methods and prevention” (Abstracts van de sessie S15.03 van het IAGG26) in Journal of Global Ageing, vol 3 issue supplement, pp 802-804, 2026.
5. Yon Y. et al., “The prevalence of elder abuse in institutional settings: a systematic review and meta-analysis” in The European Journal of public health, vol 29, issue 1, februari 2019.