"Met dit boek hoop ik Dubois de erkenning te geven die hem toekomt"
BOEK Op 20 maart 1811 kreeg de Franse keizer Napoleon Bonaparte dan eindelijk zijn langgekoesterde troonopvolger. Toch had die dag ook heel anders kunnen aflopen. De geboorte van zijn eerste zoon kostte moeder en kind namelijk bijna het leven. Het was aan de koelbloedigheid en het vakmanschap van arts Antoine Dubois te danken dat de bevalling goed afliep. Wie was de man die de keizerlijke familie door dit hachelijke moment loodste? Gynaecoloog dr. Jan Bosteels vertelt Dubois’ verhaal in zijn nieuwe boek ‘De gynaecoloog van de keizerin’.
Zeven jaar lang deed Bosteels onderzoek naar een man die voor veel historici slechts een voetnoot in de Franse geschiedenis is gebleven. “De geschiedschrijving is helaas niet mild geweest voor Dubois. Een vooraanstaande Britse historicus omschreef hem als een militaire arts zonder enige ervaring in de verloskunde. Napoleon beweerde bovendien dat Dubois tijdens de bevalling dermate in paniek raakte dat hij de hulp van een collega-arts eiste. Naar eigen zeggen moest de keizer hem zelfs persoonlijk tot de orde roepen.”
“Maar wanneer je de historische feiten bekijkt, blijft er weinig van dat beeld overeind”, verduidelijkt Bosteels. “Op de ochtend van de bevalling stormde Dubois de badkamer van Napoleon binnen. De keizer nam op dat moment een bad om tot rust te komen na een lange, onrustige nacht waarin zijn echtgenote pijnlijke weeën had doorstaan. ‘Sire, op duizend bevallingen in Parijs is er geen enkele zo moeilijk als die van Marie-Louise. Ik kan haar niet verlossen zonder de aanwezigheid van dokter Corvisart.’ Veel historici hebben die uitspraak geïnterpreteerd als een teken dat Dubois een tweede arts nodig had om zich te kunnen verantwoorden.”
Volgens Bosteels moeten we Dubois’ woorden echter letterlijk nemen. “De bevalling van Marie-Louise was bijzonder complex. Naar alle waarschijnlijkheid ging het om een dwarsligging, waarvoor Dubois een inwendige kering en extractie moest uitvoeren. Daarbij trad de complicatie op dat het hoofd van het kind hoog boven de bekkeningang bleef zitten. Uit het handboek verloskunde van Dubois' leermeester Jean-Louis Baudelocque, die destijds al gegevens over obstetrische complicaties bijhield, blijkt dat een dwarsligging in Parijs inderdaad ongeveer met die frequentie voorkwam en dat Dubois de situatie dus helemaal niet aandikte.”
“Om onder die omstandigheden het kind te verlossen, moet je een verlostang in een moeilijke positie kunnen aanleggen want bijna altijd, kijkt het kind met het gezicht opzij volgens de ervaring van Baudelocque. Tijdens het maneuver heb je voortdurend beide handen nodig en ben je dus aangewezen op de hulp van een collega of assistent. Dubois wist wel degelijk heel goed wat hij deed en wiens hulp hij nodig had. Wat hij die dag heeft klaargespeeld, is ook naar hedendaagse maatstaven een uitzonderlijke verloskundige prestatie. Ik ken weinig gynaecologen die zonder geavanceerde apparatuur een kind van 4.400 gram in dwarsligging ter wereld zouden kunnen brengen langs natuurlijke weg. Dat vergt een enorme technische vaardigheid en koelbloedigheid.”
Bewondering
Hoewel de geschiedschrijving Dubois niet altijd recht heeft gedaan, genoot de Franse arts onder zijn studenten groot aanzien. “Hij was een ster in zijn tijd. Studenten vochten om zijn lessen bij te wonen. Die waren bondig en klinisch relevant. Hij verweefde er bovendien humoristische anekdotes in, waardoor ze gemakkelijk konden onthouden waarover het ging. Wanneer studenten hem vroegen zijn colleges neer te schrijven, antwoordde hij steevast bescheiden: ‘Ik weet er veel van, maar net niet genoeg om het op schrift te stellen.’”
Tijdens zijn onderzoek groeide Bosteels’ bewondering voor Dubois en diens tijdgenoten. “Het besef dat een collega nog altijd zo weinig erkenning geniet, raakte me steeds meer. Dubois was een ervaren arts die zijn koelbloedigheid bewaarde en eigenhandig de langgekoesterde troonopvolging van Napoleon veiligstelde. Dan ben je niet slechts een voetnoot in de geschiedenis. Met dit boek hoop ik Dubois de erkenning te geven die hem toekomt.”
Extra dimensie
Ook Bosteels’ respect voor de moeders in arbeid nam toe na het schrijven van dit boek. “Door die zeven jaar onderzoek begrijp ik beter waarom vrouwen soms zo angstig zijn voor kunstverlossingen en keizersneden. Wij stellen zulke ingrepen voor vanuit de overtuiging dat ze in een bepaalde situatie de beste keuze zijn. Toch worden we soms geconfronteerd met heel heftige emotionele reacties. Niet zelden is het een traumatische gebeurtenis, ook bij goede afloop. Daar heb ik nu meer begrip voor. Ik durf te stellen dat ik door deze complexe bevalling te bestuderen en dit boek te schrijven, een betere gynaecoloog ben geworden. Het heeft mijn opmerkzaamheid voor tal van details aangescherpt.”
“Dat vind ik zo mooi aan geschiedenis”, gaat Bosteels verder. “Het is een vak dat leeft. Wat je uit het verleden meeneemt, heeft ook betekenis voor het heden en de toekomst. Daarom houd ik een warm pleidooi voor het behoud van het keuzevak geschiedenis van de geneeskunde in de artsenopleiding. Het geeft een extra dimensie aan de manier waarop je als arts met patiënten en met zorg omgaat”, besluit de gynaecoloog.
>> Jan Bosteels, ‘De gynaecoloog van de keizerin', ISBN 978-90-429-5672-8, Peeters Publishers Leuven.