Landelijke ziekenhuizen in het ziekenhuislandschap van morgen
" Een juiste balans tussen nabijheid en centralisatie"
“Als we ons zorgsysteem willen behouden, moet er iets veranderen”, erkent dr. Paul Pardon, chief medical officer van de Klinik St.-Josef in Sankt-Vith. “Maar we moeten ook oog hebben voor de specifieke situatie van de landelijke regio’s ten zuiden van Samber en Maas.”
De ongeveer 80.000 inwoners van de Duitstalige Gemeenschap in België kunnen vandaag terecht in het St.-Nikolaus-Hospital in Eupen (192 bedden) en de Klinik St.-Josef in Sankt-Vith (156 bedden), die samen met het CHC MontLégia in Luik het MOVE-netwerk vormen.
In de logica van het expertenplan voldoet de Klinik St.-Josef niet aan de voorwaarde voor een regionaal algemeen ziekenhuis (240 bedden, waarvan 150 acuut), en zou het dus moeten worden omgevormd tot een lokaal medisch centrum. “Concreet wil dat onder meer zeggen dat de spoed en de materniteit moeten sluiten”, zegt Paul Pardon. Hij merkt ook op dat Sankt-Vith de enige psychiatrische bedden in de Duitstalige Gemeenschap heeft – 30 voor een bevolking van 80.000, terwijl het gemiddelde in België 128 per 100.000 inwoners is.
Een juiste balans tussen nabijheid en centralisatie
Het dichtstbijzijnde algemeen ziekenhuis, CHR Verviers, zou dan op minstens 35-40 minuten liggen. “Als iemand uit Sankt-Vith daar moet gaan bevallen, dan is dat alsof je zegt dat Antwerpse vrouwen in Gent moeten bevallen. Dit is niet te verantwoorden. Een gewone bevalling hoort tot de basiszorg die voor alle Belgen gelijk zou moeten zijn.” Pardon wijst erop dat het ziekenhuis ook zorg verleent aan vele toeristen en jeugdverenigingen die de Eifel bezoeken.
Pardon onderschrijft de logica van concentratie van gespecialiseerde zorg, maar wijst op de grenzen daarvan. “Niemand zou voor een complexe ingreep geopereerd willen worden door een team dat maar vijf dergelijke ingrepen per jaar doet”, zegt hij. “Maar een te sterk doorgedreven centralisatie kan de zorg minder goed bereikbaar maken en het schaalvoordeel tenietdoen. En lange verplaatsingen kunnen zeker voor ouderen een drempel vormen."
'Een gewone bevalling hoort tot de basiszorg die voor alle Belgen gelijk zou moeten zijn.'
Zorg in eigen taal
In de Kamer heeft volksvertegenwoordiger Luc Frank (Les Engagés) de noden van de Duitstalige gemeenschap aangekaart, waarop minister Frank Vandenbroucke beklemtoonde dat er bij de hervorming aandacht moet zijn voor territoriale eigenheid en taal. Dat antwoord stemt Pardon voorzichtig hoopvol.
“Het rapport lijkt op bladzijde 56 weinig ruimte te geven voor de ziekenhuizen in de Duitstalige gemeenschap”, zegt hij. “Maar als je tussen de lijnen leest, dan kom je uit bij principes die de minister altijd sterk verdedigd heeft, namelijk nabijheid waar het kan en zorg in eigen taal.”
Een oplossing kan erin bestaan dat men toelaat dat een kleinschaliger acuut centrum de basis- en geriatrische zorg dicht bij de mensen blijft verzekeren, zegt Pardon. Dat zou overigens ook in andere dunbevolkte regio’s ten zuiden van Samber en Maas moeten kunnen, vindt hij.
Denken in Europees perspectief
Pardon vraagt ook aandacht voor de Europese context. "Vandaag is al 13% van de patiënten in onze materniteit afkomstig uit Duitsland, en omdat Duitsland ziekenhuizen in de grensregio sluit, zal dat aantal alleen maar toenemen. Ik zeg niet dat wij prioritair de zorg voor Duitsland moeten organiseren, maar men zou toch ook moeten bekijken of we ons zorgaanbod niet beter op Europees niveau plannen. De covid-19-periode heeft onmiskenbaar aangetoond dat we nood hebben aan een Europa dat meer zelfstandig is en beter samenwerkt."
“Alle verantwoordelijken beseffen dat een hervorming van het ziekenhuislandschap nodig is”, zegt Pardon. “Want zoals het nu verloopt, zeker financieel, is het echt onhoudbaar. Ik denk dat er vooral politieke moed nodig is en bereidheid bij de bestuursorganen om moeilijke beslissingen te nemen”, besluit hij. “We moeten nu nadenken over hoe we de toegankelijkheid van zorg voor onze kleinkinderen garanderen.”