Cytomegalovirus: de judaskus voor de zwangere kleuterjuf
Zwangere kleuterleidsters en leerkrachten worden vaak preventief via 'werkverwijdering' beschermd tegen gezondheidsrisico's op het werk. Vanaf september 2026 moeten scholen nagaan of er veilige, zinvolle alternatieve taken zijn.
Dokter Wim Van Hooste, preventieadviseur-arbeidsarts
Vlaams minister van Onderwijs Zuhal Demir kondigt aan dat scholen extra budget krijgen om zwangere leerkrachten - vooral in het kleuteronderwijs en het buitengewoon onderwijs - niet langer automatisch thuis te moeten zetten wanneer de arbeidsarts risico’s op het werk vaststelt. Vanaf september 2026 moet de school nagaan of er veilige, zinvolle alternatieve taken zijn mocht er een risico geconstateerd worden voor een zwangere kleuterleidster of een leidster die borstvoeding geeft.
Moederschapsbescherming omvat alle maatregelen om de gezondheid van zwangere werknemers, moeders die borstvoeding geven, en hun (ongeboren) kinderen te beschermen tegen gezondheidsrisico's op het werk. De werkgever is wettelijk verplicht om een beleid rond moederschapsbescherming (MSB) op te stellen, gebaseerd op een risicoanalyse, een inventarisatie en evaluatie (Codex over het Welzijn op het Werk, Boek X, Titel 5).
De beroepsrisico’s die beoordeeld moeten worden zijn onder andere tillen van kinderen, hoge werkdruk en bepaalde infectieziektes, bijvoorbeeld infectie met het cytomegalovirus (CMV).
Cytomegalovirus is een veelvoorkomend herpesvirus dat meestal onschuldig is. Tijdens de zwangerschap kan het bij het ongeboren kind ernstige schade veroorzaken. Infectie met CMV is de meest voorkomende congenitale infectie.
Het virus komt voor in urine, speeksel, stoelgang, moedermelk, bloed, tranen, sperma en vaginaal vocht. De besmetting kan gebeuren via contact met elk van deze lichaamsvochten, maar de transmissie gebeurt vooral via speeksel en urine. CMV wordt daarom wel eens het ‘knuffelvirus’ genoemd.
Het virus nestelt zich in het lichaam voor de rest van het leven. Bij besmetting hebben de meeste mensen geen symptomen ofwel griepachtige klachten.
Toen ik in 1999 als arbeidsarts begon, was de standaardaanpak bij zwangere kleuterjuffen van de peuterklas en de eerste kleuterklas de overplaatsing naar de derde kleuterklas en vice versa. Dat zorgde voor rare situaties tijdens de loop van een schooljaar. Enkele jaren later werd de lijn doorgetrokken naar alle klassen van het kleuteronderwijs; aangenomen wordt dat kinderen tot 6 jaar het virus verspreiden. Tijdens de pauzes moesten alle kleuterjuffen de kinderen tot 6 jaar helpen (toilet, snot, troosten,…). In het lager onderwijs valt het verluieren en speekselcontact quasi volledig weg.
Zwangere vrouwen die rond de conceptie of tijdens de zwangerschap voor de eerste keer besmet raken, geven in 30-70% van de gevallen het virus door aan het ongeboren kind. 10 tot 15% van de met CMV besmette kinderen krijgen in de eerste levensmaanden tot -jaren toch nog milde tot ernstige gehoorproblemen, of zeldzamere hersen- en visusafwijkingen. Dat zijn telkens drama’s voor de getroffen gezinnen (persoonlijke getuigenissen in HUMO van o.a. comedian Wouter Deprez). CMV kan bij de geboorte worden doorgegeven door contact met vaginaal vocht, of later via borstvoeding (15% van de moedermelk bevat CMV). 1% van de infecties vindt plaats tijdens de lactatie.
Er moet rekening gehouden worden met re-activatie en re-infectie; een besmetting met een andere stam van het virus is mogelijk. Vroeger werd aangenomen dat re-activatie en re-infectie vaak een milder verloop hadden. Men gaat er tegenwoordig echter vanuit dat ze ook een ernstiger verloop kunnen hebben.
De infectie komt vaak voor op plaatsen waar veel kleine kinderen samenleven en spelen, zoals kinderdagverblijven, kleuterklassen of met andere kinderen thuis. Op pediatrie-afdelingen is er geen verhoogd risico vastgesteld. CMV komt vaak voor bij kinderen tussen 1 en 6 jaar. Ze zijn vaak niet ziek maar wel maandenlang verspreider van het virus. Ieder kind kan drager zijn van het virus.
De Belgische studie – tot nu toe uniek in haar opzet – van Kiss en collega’s toonde een significante Odds Ratio (OR) van 1,54 aan bij kleuterjuffen. Deze OR werd niet beïnvloed door hygiënische maatregelen, zoals goede handhygiëne en direct contact met speeksel en urine van kinderen vermijden (Kiss et al., Int J Occup Environ Health, 2002).
Er is pas sprake van “automatisch verlof” bij zwangere kleuterjuffen als er is gekeken of er geen aangepast of ander werk mogelijk is zonder blootstelling aan de beroepsrisico’s die in de risicoanalyse naar voren kwamen. Vaak knelt het schoentje daar. Wat als er drie juffen (niet hypothetisch!) tegelijk zwanger zijn op een school, krijgt de ene dan aangepast of ander werk (mét zinvolle taken) en de andere twee niet? Beschikt iedereen over de juiste diploma's of ervaring om een ander takenpakket te gaan uitoefenen?
Indien dit allemaal niet mogelijk is, wordt er gesproken van “werkverwijdering”, geen blootstelling meer aan het beroepsrisico, vaak ten onrechte als “verlof” bestempeld. Minister Demir spreekt van een situatie waarin men “verplicht thuis wordt gezet”, wat toch een beetje kort door de bocht is.
In HLN stelt de minister: “Het is niet omdat je zwanger bent dat we je afschrijven”, “Dit is een kwestie van gezond verstand” en “Zo verdwijnt de deskundigheid niet langer naar de huiskamer” (Het Laatste Nieuws, 6 januari 2026).
Administratief werk, hulptaken in een andere klas, co-teaching,... Hoe realistisch zijn deze mogelijkheden?
Laten we de extra middelen die de minister voorziet, nuttig gebruiken. Er moet nagedacht worden over welke andere of aangepaste taken of functies op een veilige en gezonde manier uitgeoefend kunnen worden op school. Er is nog tijd tot 31 augustus 2026 om dit huiswerk te maken.
Laten we hopen dat de berg geen muis heeft gebaard.