PremiumHuisartsgeneeskunde

Niet meer huisartsen, maar andere organisatie van zorg is nodig

“Een eerstelijnsgezondheidszorg uitsluitend gebaseerd op huisartsen wordt onbetaalbaar”

De vakgroepen huisartsgeneeskunde van de Vlaamse universiteiten zijn niet onverdeeld gelukkig met de verhoging van de startquota (zie cover). Meer artsen opleiden zonder de organisatie van de zorg aan te pakken, zal de problemen niet oplossen, waarschuwen ze.

Erik Derycke - 6 maart 2026

Prof. Birgitte Schoenmakers, hoofd van het Academisch Centrum voor Huisartsgeneeskunde (KU Leuven): “We hebben in Vlaanderen al relatief veel artsen: één voltijds equivalent huisarts per 925 inwoners. In de meeste omliggende landen is dat één per 1.500 of meer inwoners. Je zou dat kunnen toejuichen als onze gezondheidsuitkomsten ook beter zouden zijn dan in die landen, maar dat is niet het geval.” 

Birgitte Schoenmakers
Birgitte Schoenmakers: "Als we het aantal artsen gaan opschalen om de zorgnoden te ledigen, zal dat oneindig veel duurder zijn dan wanneer we paramedici inschakelen." © JDB

Andere zorgnoden

Dat patiënten moeite hebben om toegang te krijgen tot zorg, is dan ook eerder te wijten aan de veranderende zorgvraag en de manier waarop onze zorg georganiseerd is, dan aan een tekort aan huisartsen, zegt Schoenmakers. “Die evoluties zijn gekend: er zijn meer oudere patiënten, meer chronische aandoeningen, meer psychologische en sociale complexiteit en meer nood aan langdurige zorg. We kunnen die veranderde zorgnoden alleen maar ledigen als er verschillende disciplines rond de patiënt staan die er vanuit hun eigen perspectief naar kijken, overleggen en taken verdelen.”

Schoenmakers benadrukt dat dergelijke multidisciplinaire zorg de huisartsenzorg niet vervangt. “Maar we moeten erkennen dat de huisarts vandaag niet meer alles alleen kan doen, en inzetten op samenwerking en taakdelegatie.” Het argument dat taakdelegatie – bijvoorbeeld bloedafnames door een verpleegkundige – ten koste gaat van het contact met de patiënt, snijdt volgens Schoenmakers geen hout. “Je kent je patiënten even goed als je ze niet voor een eenvoudige bloedafname ziet. En die patiënt zal aan de verpleegkundige misschien wel andere zaken vertellen dan aan de arts. Zo krijgen arts en verpleegkundige samen net een beter beeld van de patiënt.”

Betaalbaarheid

Er is ook een economisch argument om de zorg anders te organiseren, benadrukt Schoenmakers. “We kunnen elke euro in het gezondheidszorgbudget maar één keer uitgeven. Als we het aantal artsen gaan opschalen om de zorgnoden te ledigen, zal dat oneindig veel duurder zijn dan wanneer we paramedici inschakelen. Een eerstelijnsgezondheidszorg uitsluitend gebaseerd op huisartsen, zonder in te zetten op complementaire zorg, wordt onbetaalbaar.”

In een opiniebijdrage in De Morgen pleiten de vakgroepen huisartsgeneeskunde en de faculteiten geneeskunde zelfs voor een lichte verlaging van het startquotum tot 1.600 studenten (zie kader). “Dat is geen corporatistische reflex. Dat aantal is berekend op basis van de demografische trends, de maatschappelijke evolutie waarbij artsen een betere work-lifebalance wensen, én zorguitkomsten die verbeteren als we samenwerken met paramedici. Zelfs als we de startquota nu licht verlagen, zullen we nog met een licht overaanbod eindigen.”

Meer stageplaatsen

De Vlaamse regering wil ook onderzoeken hoe de geografische spreiding van haio’s en startende huisartsen verbeterd kan worden. Volgens Schoenmakers moet dat proces al beginnen bij het aanbieden van meer stageplaatsen in huisartsarme regio’s.

“Een stagiair is sowieso een verrijking, zowel voor solopraktijken als multidisciplinaire praktijken. Ze brengen inzichten vanuit hun opleiding mee naar de praktijk, durven zaken in vraag te stellen. Je gaat als stagemeester automatisch nadenken over je handelen, over je infrastructuur, de manier waarop je omgaat met patiënten, de wijze waarop de wachtpost georganiseerd is… Voor studenten ligt de drempel daarna veel lager om in die regio als haio te beginnen. Ik denk dat die aanpak meer zal opleveren dan zwaaien met premies.”

Startquotum van 1.600 studenten
De vakgroepen huisartsgeneeskunde en faculteiten geneeskunde van de Vlaamse universiteiten hebben samen met de Federale Planningscommissie scenario’s uitgewerkt gebaseerd op demografische prognoses, zorgbehoeften, personeelsuitstroom en opleidingscapaciteit.
Ze wijzen erop dat het nieuwe, hogere Vlaamse startquotum werd vastgesteld voordat de Federale Planningscommissie haar aanbeveling formuleerde, wat een zorgvuldige personeelsplanning ondermijnt.
Hun voorstel voor Vlaanderen in 2032 is een instroom die leidt tot 515 huisartsen per jaar, gebaseerd op een startquotum van 1.600 studenten in 2026, met een correcte verhouding tussen huisartsen en specialisten.

Wat heb je nodig

Krijg GRATIS toegang tot het artikel
of
Proef ons gratis!Word één maand gratis premium partner en ontdek alle unieke voordelen die wij u te bieden hebben.
  • wekelijkse newsletter met nieuws uit uw vakbranche
  • digitale toegang tot 35 vakbladen en financiële sectoroverzichten
  • uw bedrijfsnieuws op een selectie van vakwebsites
  • maximale zichtbaarheid voor uw bedrijf
Heeft u al een abonnement? 

Meer weten over

Print Magazine

Recente Editie
24 juni 2025

Nu lezen

Ontdek de nieuwste editie van ons magazine, boordevol inspirerende artikelen, diepgaande inzichten en prachtige visuals. Laat je meenemen op een reis door de meest actuele onderwerpen en verhalen die je niet wilt missen.

In dit magazine