Student uit Luxemburg met Belgisch diploma werd geweigerd
Beperking van het aantal buitenlandse geneeskunde studenten in de Franse Gemeenschap schendt Europees recht
De beperking door de Franse Gemeenschap van het aantal buitenlandse studenten dat de studies geneeskunde mag beginnen, schendt het Europees recht. Dat zegt de advocaat-generaal van het Hof van Justitie.
Herman Nys, em. prof. medisch recht KU Leuven
Een inwoner van het Groothertogdom Luxemburg had middelbaar onderwijs gevolgd in Aarlen, en wilde zich nadien inschrijven aan een universiteit in België om daar de studie geneeskunde te volgen.
Ondanks het feit dat hij slaagde voor het ingangs- en toelatingsexamen voor medische en tandheelkundige wetenschappen, weigerde de Franse Gemeenschap hem het slaagattest te verlenen waarmee hij zich aan een faculteit geneeskunde in de Franse Gemeenschap zou kunnen inschrijven. De Franse Gemeenschap beriep zich daarvoor op de contingenteringsregeling voor niet-ingezeten studenten.
De geweigerde student vocht deze beslissing aan voor de Belgische Raad van State. Hij voerde aan dat zijn situatie vergelijkbaar is met die van de student die als ‘ingezetene’ wordt aangemerkt in artikel 1 van het decreet van de Franse Gemeenschap van 16 juni 2006 tot regeling van het aantal studenten, aangezien hij zijn middelbaar onderwijs heeft voltooid en zijn diploma in die lidstaat heeft behaald.
Prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie
Alvorens een uitspraak te doen over de grond van de zaak, stelde de Raad van State de volgende prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie:
"Verzetten het verbod van discriminatie (artikel 18 Verdrag Werking EU) en het vrij verkeer van burgers (artikel 21 VWEU) zich tegen een quotaregeling voor de toegang tot de universitaire studie geneeskunde voor niet-ingezeten studenten, zoals die in de Franse Gemeenschap is ingevoerd om een hoogwaardige medische dienstverlening te handhaven en om de doelstellingen met betrekking tot een hoogwaardige opleidingsomgeving en de bescherming van de volksgezondheid te waarborgen, gelet op het hoge aantal niet-ingezeten studenten die het grondgebied verlaten na afronding van hun medische opleiding?"
Conclusie van de advocaat-generaal
In zijn conclusies kan de advocaat-generaal kan wel begrip opbrengen voor het woonplaatsvereiste om de toegang tot medische opleidingen te beperken en "universitair toerisme" te voorkomen.
Daar staat tegenover dat volgens de advocaat-generaal de artikelen 18 en 21 VWEU zo moeten worden uitgelegd dat zij zich verzetten tegen een nationale regeling die studenten die hun middelbare onderwijs (afgesloten met het behalen van het middelbareschooldiploma) geheel of grotendeels in België hebben gevolgd, terwijl zij in een andere lidstaat woonachtig zijn, niet gelijkstelt met ingezetenen van België, teneinde het aantal niet-ingezeten studenten te beperken dat zich voor het eerst kan inschrijven voor de studie geneeskunde aan instellingen voor hoger onderwijs.
Met andere woorden: de contingenteringsregeling voor niet-ingezeten studenten van de Franse Gemeenschap schendt het Europees Recht.
Het Europees Hof moet zich nog uitspreken, maar doorgaans wordt de conclusie van de advocaat-generaal gevolgd. Daarna is aan de Raad van State om een arrest in de concrete zaak te vellen.