Uitdagingen en belang van preventieve geriatrie
PRAKTIJK Het aantal centra voor preventieve geriatrie stijgt sinds enkele jaren gestaag. Op papier is iedereen het eens over het belang ervan, maar in de praktijk rijzen er toch heel wat problemen zoals rekrutering van de patiënten, relaties met andere artsen en grijze zones in de nomenclatuur.

Centra voor preventieve geriatrie mikken vooral op (pre)fragiele geriatrische patiënten in een vroeg en vaak reversibel stadium van afhankelijkheid. Het doel is niet een overmatige medicalisering, maar wel detectie, advies, oriënteren, verlichten en behandelen voor er een geriatrisch syndroom optreedt.(1) Met als centraal aandachtspunt: “Wat heeft zin voor de persoon?”
De centra hebben individuele en systemische heilzame effecten: enerzijds de intrinsieke vermogens van de persoon vrijwaren en het optreden of verergeren van fragiliteit afremmen en anderzijds de mensen zolang mogelijk thuishouden. "In het licht van de demografische evolutie is dat erg belangrijk voor de volksgezondheid en de maatschappij”, aldus Catherine Magnette, geriater en hoofd van de Clinique de la Fragilité van het CHR Sambre-et-Meuse in Namen. “Want je moet realistisch zijn: er zal niet voor iedereen plaats zijn in de woonzorgcentra die overigens nu al kampen met personeelstekort.”
Leeftijd en rekruteringsbias
De centra vangen mensen van verschillende leeftijden op. In het CHR Sambre-et-Meuse en het CHU Brugmann ontvangen ze mensen vanaf de leeftijd van 65 jaar, maar in het Centre du Bien Vieillir in Luik kan je al terecht vanaf de leeftijd van 55 jaar. Dat kan vragen oproepen.
“Ik vraag me soms af in welke mate vijftigers en zestigers niet eerder thuishoren in de huisartsgeneeskunde”, legt dr. Magnette uit, “ maar anderzijds hebben eerstelijnsartsen nauwelijks de tijd om geriatrische fragiliteit op te sporen.” “Wij kunnen het ons veroorloven de tijd te nemen”, aldus Emmanuelle Warzée, geriater en hoofd van het Centre du Bien Vieillir van het CHR de la Citadelle. “We willen geenszins de plaats innemen van huisartsen. Die laatsten krijgen een volledig verslag van onze onderzoeken, en het gebeurt niet zelden dat zij het dan verder overnemen. Maar veel mensen die wij in het centrum zien, gaan niet vaak naar hun huisarts of hebben er geen.”
Preventieve geriatrie is geen kwestie van eigen terrein, maar veeleer van expertise. “De meeste huisartsen en specialisten zijn niet toegerust om geriatrische syndromen en fragiliteit te behandelen”, aldus dr. Magnette. “Net zoals niet alle geriaters in staat zijn min-75-jarigen op te vangen.” Er bestaat trouwens een “gap” in geval van vroege geriatrische fragiliteit, bijvoorbeeld een dementie gediagnosticeerd bij een zestiger.
Volgens dr. Magnette zijn dus minstens twee nieuwe nomenclatuurcodes nodig: een code om de eerste lijn ertoe aan te zetten geriatrische fragiliteit op te sporen en een code om geriaters de mogelijkheid te bieden vroege fragiliteit te behandelen.
Een evaluatie in de kliniek voor preventieve geriatrie wordt niet volledig terugbetaald. De patiënt moet zelf 100 tot 150 euro betalen. “Dat resulteert in een selectiebias”, betreurt dr. Warzée. “De kosten zijn een groot probleem voor mensen die in armoede leven, en het zijn net zij die waarschijnlijk het meeste baat vinden bij preventieve geriatrie.”
'Sommige aandoeningen of problemen die worden ontdekt, moeten verder worden gevolgd door andere specialismen zoals in de menopauzekliniek, diabeteskliniek of oncogeriatrie.'
Tussen verwijzing en onverschilligheid
De plaats van preventieve geriatrie in het ziekenhuisecosysteem is niet voor iedereen duidelijk. Getuige waarvan de samenwerkingen met andere specialisten, waarbij dr. Magnette en dr. Warzée tot dezelfde vaststelling komen.
Sommige aandoeningen of problemen die worden ontdekt, moeten verder worden gevolgd door andere specialismen zoals in de menopauzekliniek, diabeteskliniek of oncogeriatrie. Die diensten werken over het algemeen regelmatig samen met de kliniek voor preventieve geriatrie van hun ziekenhuis. Maar dat zijn de uitzonderingen.
De “geriatrische cultuur” dringt moeilijk door in ziekenhuizen en maar weinig specialisten verwijzen hun patiënten naar de preventieve geriatrie. “Behalve als er een probleem is, maar dat is dan geen screening meer”, commentarieert dr. Magnette. “Toen we het centrum in 2021 hebben geopend, werd het initiatief niet slecht onthaald, maar liet het veeleer onverschillig.” “De andere diensten zijn er weinig bij betrokken”, voegt dr. Warzée eraan toe. “Geriatrie wordt vaak nog gezien als geneeskunde voor bedlegerige patiënten. De gebrekkige verwijzing bemoeilijkt het opsporen van fragiliteit in een vroeg stadium bij patiënten die al voor andere aandoeningen worden gevolgd.”
Voorwaarden voor een (goede) implementering
De twee artsen benadrukken dat drie pijlers belangrijk zijn om een kliniek voor preventieve geriatrie in een ziekenhuis op te starten: institutionele ondersteuning, efficiënte communicatie en een gemotiveerd multidisciplinair team.
De medische directies van Luik en Namen hebben het project van meet af aan ondersteund. En terecht: “Onze activiteit is rendabel”, zegt dr. Warzée. “Het Centre du bien vieillir trekt bovendien nieuwe patiënten aan in ons openbaar ziekenhuis, wat het imago van het ziekenhuis verbetert." Idem aan het CHR Sambre-et-Meuse. “Ik moet zeggen dat ik niet veel nodig had”, aldus dr. Magnette. “Ik heb bijvoorbeeld geen nieuwe lokalen gevraagd. Alles gebeurt in het geriatrische dagziekenhuis. We hebben wel veel hulp gekregen van de dienst communicatie van het ziekenhuis. Dat is erg belangrijk om een kliniek voor preventieve geneeskunde te lanceren en te promoten, zowel intern als extern, in de eerstelijnsgeneeskunde van de streek.”
Bepalend is evenwel de mobilisering van een multidisciplinair team. “Zonder gemotiveerde verpleegkundigen en paramedici kan je zo’n project onmogelijk in de steigers zetten”, stelt dr. Warzée. “Bij ons werkt iedereen goed mee: de kinesitherapeuten hebben oefenfiches opgesteld voor de patiënten, de diëtiste heeft dat ook gedaan, de ergotherapeuten hebben voorgesteld welke evaluaties zij kunnen uitvoeren, enz. Het centrum bestaat dankzij teamwerk.”
Dr. Magnette treedt haar bij: “Er zijn nog heel wat uitdagingen, maar het spel is de kaars waard. We kunnen de mensen echt helpen langer te blijven doen wat ze graag doen. Je mag echter ook niet vervallen in leeftijdsdiscriminatie of culpabilisering. Er is meer dan één manier om ‘goed oud te worden’. Je hebt geen vat op jouw genen, jouw omgeving, jouw levenstraject. Volgens mij moet preventieve geriatrie worden gezien als een balans van fragiliteit: je moet zoeken naar een evenwicht tussen een vastgestelde fragiliteit en wat je moet doen om die tegen te gaan om er een “positieve” fragiliteit van te maken.”
1. De centra gebruiken tools om fragiliteit op te sporen zoals FRIDE/EFS en ICOPE, een tool die de WHO heeft ontwikkeld in samenwerking met de Gérontopôle de Toulouse.