Moeilijk te behandelen hypertensie: zorgtraject verbetert controle bloeddruk
ESC-CONGRES De richtlijnen raden aan patiënten met een moeilijk te behandelen hypertensie voor diagnostisch en therapeutisch beleid te verwijzen naar een gespecialiseerd spreekuur hypertensie. Er is echter weinig bekend over de invloed van zo’n beleid op de bloeddrukcontrole. De IDENTIFY-studie (1) leert daar meer over. 
De IDENTIFY-studie is een monocentrisch retrospectief cohortonderzoek, dat is uitgevoerd bij 204 patiënten (mediane leeftijd: 50 jaar) met een moeilijk te controleren hypertensie. Bij inclusie in de studie bedroeg de bloeddruk van de patiënten gemeten in de praktijkruimte 139/86 mmHg.
Na 12 maanden waren de systolische en de diastolische bloeddruk gedaald met respectievelijk 9 en 4 mmHg (p telkens < 0,001). Het aantal antihypertensiva en de doseringen waren dezelfde gebleven. Het aantal patiënten dat dan een vaste combinatie van geneesmiddelen kreeg, was evenwel significant gestegen: van 13% bij inclusie in de studie naar 36% bij de laatste controle (p < 0,001). Bij 51 patiënten (25%) kon een diagnose van secundaire hypertensie worden gesteld, meestal een primair hyperaldosteronisme (31 patiënten, 15%).
Helft patiënten onder controle na 12 maanden
Dankzij het opstarten van een gestandaardiseerd zorgtraject voor patiënten met een moeilijk te behandelen hypertensie daalde de bloeddruk significant en kon bij 25% van de patiënten een oorzaak voor de hypertensie worden gevonden. De medicamenteuze behandeling werd daarbij niet opgedreven, maar wel werd de voorkeur gegeven aan vaste combinatiepreparaten. Bij 51% van de patiënten was de bloeddruk onder controle binnen 12 maanden na het starten van het zorgtraject.
Referentie:
1. Saville KA, et al. ESC 2026.Station 11.