Atherosclerose en type 2-diabetes: worden de richtlijnen gevolgd bij oudere patiënten?
ESC-CONGRES Patiënten met type 2-diabetes en atherosclerose lopen een zeer hoog cardiovasculair risico. De behandeling omvat SGLT2-remmers, GLP-1-agonisten, statines en aspirine in geval van een hoog risico, ongeacht de leeftijd. Het is immers bewezen dat zo’n behandeling heilzame cardiovasculaire effecten heeft. Maar worden die richtlijnen wel gevolgd bij oudere patiënten? Zou een hogere leeftijd geen rem zetten op het voorschrijfgedrag van de arts?
De CARDiaB-studie (1) is uitgevoerd bij 138.397 patiënten (mediane leeftijd: 72,8 ± 10 jaar). 54,8% van de patiënten ≤ 60 jaar, 37,6% van de patiënten van 61-74 jaar en 20,1% van de patiënten ≥ 75 jaar werden behandeld met een SGLT2-remmer (p < 0,001). Respectievelijk 42,8%, 20,9% en 9,2% van de patiënten kregen een GLP-1-agonist (p < 0,001).
Dat wijst op een negatieve correlatie tussen het voorschrijfgedrag en de leeftijd. Er was echter geen significant verschil in het percentage patiënten dat werd behandeld met een statine en aspirine, tussen de drie leeftijdsgroepen. De jongere patiënten werden significant vaker gevolgd op spreekuur cardiologie en diabetologie.
75-plussers minder goed behandeld
Dit grote cohortonderzoek bij patiënten met type 2-diabetes en een atherosclerotische hart- en vaataandoening is uitgevoerd in het reële leven. SGLT2-remmers en GLP-1-agonisten werden duidelijk minder voorgeschreven bij oudere patiënten, hoewel de klinische richtlijnen geen onderscheid maken volgens de leeftijd. Het is dus belangrijk een evidentiegebaseerde behandeling te promoten bij oudere patiënten.
Referentie:
1. Husseine AA, et al. ESC 2026. Exchange circle 4